Laat ik beginnen met een bekentenis. Ik had erg graag zelf nu Biomedische Wetenschappen in Utrecht gestudeerd. Ik heb me namelijk nog nooit zo verveeld als tijdens mijn eigen studie Geneeskunde. Wat was dat ongelofelijk saai!  Eentonige werkgroepen, slaapverwekkende colleges en geestdodende leerstof. Die verveling had ook een onverwacht voordeel; al snel leerde ik hoe ik met zo min mogelijke inspanning maximaal resultaat kon behalen. Dat ging meestal goed, maar soms ook niet. Toen ik bij voorbeeld op aandringen van een studiegenoot besloot weer eens naar het college chirurgie te gaan vond ik op de plek waar ik de collegezaal verwachtte een gapend gat. Bij navraag bleek het gebouw twee jaar eerder afgebroken. Dat wil niet zeggen dat ik stilzat. De ruimte die vrijkwam door mijn zuinige manier van studeren greep ik aan om me in andere gebieden te verdiepen, tot grote verontrusting van mijn ouders. Zonder op de details in te gaan durf ik nu te zeggen dat ik me succesvol ontwikkelde in wat nu heel hip ‘21st century skills’ heten. Maar ja die bestonden nog niet in de jaren 80 en het maakte mijn ouders niet minder ongerust. Wat maakte de studie zo ongelofelijk saai? Ik denk dit: er werden – behalve tijdens tentamens –  nooit vragen gesteld. We kregen alleen de antwoorden voorgeschoteld. Er was geen ruimte om te twijfelen over die antwoorden en al helemaal niet om zelf nieuwe, andere vragen te stellen. De leerstof was de waarheid, en die moest je gewoon uit je hoofd kennen. Ik concludeerde dat de universitaire wereld niets voor mij was. Dus toen ik mijn diploma op zak had ging ik zoeken naar een toekomst buiten de universiteit. Van alles kwam voorbij: De tropen? Italiaanse IJsverkoper? Astronaut? Of gewoon probleem oplosser, want daar was ik volgens mijn vrienden goed in. Dat wil zeggen zolang het niet mijn eigen problemen betroffen. Maar het liep anders:  via een paar omwegen belandde ik in de immunologie en in het pure biomedische onderzoek. Daar ontdekte ik pas mijn passie voor wetenschap en studeren. Ik vond er de vragen die ik tijdens mijn studie zo miste. En ik geniet er nog elke dag van. Sinds ruim een jaar ben ik vice-decaan en verdiep ik me in andere vragen. Wat hebben studenten nodig om succesvol te zijn, nu en over 30 jaar?  Wat is er nodig om “fit for the future” te zijn? Hoe kan elke student zijn of haar passie kan vinden in de studie? Hoe kunnen studenten dat duurzaam en geïnspireerd doen zonder dat ze het risico lopen op een burn-out? We stellen deze vragen omdat we de allerbeste opleiding willen bieden aan onze studenten.  Dit zijn essentiële vormende jaren voor onze studenten.  Dus niets minder dan het beste is goed genoeg. De studie is nooit een doel, maar een middel. Het moet je de kans bieden om je eigen unieke mogelijkheden te ontdekken, te ontplooien en toe te passen. Zodat je alles uit je talenten kan halen. Zodat je de creatieve probleemoplosser kan worden die de maatschappij zo hard nodig heeft. En zodat niemand tijdens zijn studie zich ooit zo verveelt als ik. Ik vind het een groot voorrecht om daar aan te mogen bijdragen.