Historie

De M.B.V. Mebiose is een vereniging die al meer dan drie decennia bestaat. Ze is opgericht in 1986 ten tijde van de oprichting van een nieuwe studie, Medische Biologie genaamd. Inmiddels heet de studie ‘Biomedische Wetenschappen’ en is Mebiose een bloeiende studievereniging geworden. In al die jaren heeft Mebiose een aardig verleden opgebouwd. Op dit gedeelte van de site wordt geprobeerd hier een overzicht van te geven.

Het begin…

Vanaf het begin van de studie ontstonden spontaan een aantal commissies, zoals de symposiumcommissie, de feestcommissie en de redactie van het periodiek voor medisch biologen, de Tight Junction. In november 1985 ontstond het idee om bovenstaande commissies te centraliseren en het idee van een Medisch Biologen Vereniging begon vorm aan te nemen. In december van dit jaar werden een onafhankelijke Praeses en Fiscus gekozen door de medisch biologen. Vervolgens werd er per commissie en jaarvertegenwoordiging (JVT) één persoon voorgedragen voor het bestuur. In december/januari ging er dus een bestuur van zeven personen aan het werk om het geheel te concretiseren. Door dit bestuur werden onder andere de statuten en het huishoudelijk reglement (HR) vervaardigd. Het Huishoudelijk Reglement werd vervaardigd aan de hand van het Huishoudelijk Reglement van een andere, vrij nieuwe, vereniging, de Utrechtse Scheikundige Studentenvereniging ‘Proton’. Op 25 februari 1986 vond de eerste Algemene Leden Vergadering van de Medisch Biologen Vereniging plaats. Daar werd onder andere het huishoudelijk reglement goedgekeurd en gediscussieerd over een naam voor de vereniging. Een aantal voorgestellen werden gedaan: Combi, Jaws 4, VUMB, Gombal, cAMB, Fermentarium en Mebiose. De keuze bleek zo lastig dat de vergadering werd geschorst en op 11 maart hervat. Er werd met een ruime meerderheid van stemmen besloten de vereniging de naam Mebiose te geven. Op 11 maart 1986 tijdens de tweede ALV werd het huishoudelijk reglement definitief goedgekeurd. Op 26 mei 1986 werd het eerste bestuur der M.B.V. Mebiose officieel geïnstalleerd. Ons huidige erelid Prof. Dr. Jan Willers had de eer om onze eerste Praeses, Ellen Satter, te mogen installeren, nota bene op zijn eigen lab. Aansluitend was er een receptie in de tuin van het Laboratorium voor Microbiologie aan de Catharijnesingel. Zo was dus de oprichting van de M.B.V. Mebiose als zelfstandige ondervereniging van de Medische Studenten Faculteitsvereniging Utrecht (M.S.F.U.), een feit. Later, op 8 oktober 1987, werd de M.B.V. Mebiose opgeheven als ondervereniging van de M.S.F.U. en werd de zelfstandige vereniging M.B.V. Mebiose opgericht.

Velen jaren later heeft de M.B.V. Mebiose vele besturen gekend. Deze besturen kun je hier vinden

Daarnaast kent ieder jaar natuurlijk haar eigen jaarboek en Dies Natalis viering.

 

Het ontstaan van de studie Biomedische Wetenschappen

In september 1984 ging de experimentele studierichting Medische Biologie (MB) van start aan de faculteit Geneeskunde van de Rijksuniversiteit Utrecht. Deze studie kwam voort uit de B5*-richting, die gegeven werd door de faculteit Biologie. MB werd een samenwerkingsverband tussen de (sub)faculteiten Biologie, Farmacie, Diergeneeskunde en Geneeskunde. Naast deze vier ‘hoofdfaculteiten’ werd het onderwijs ook verzorgd door de faculteiten Wiskunde, Natuurkunde en Scheikunde. Het doel van deze studie was het opleiden van onderzoekers die vanuit een sterk natuurwetenschappelijke basis fundamenteel, toegepast en toepassingsgericht medisch-biologisch onderzoek verrichten.

In 1989 werd het Gemeenschappelijk Biomedisch Onderwijs (GBO) ingevoerd. Veel van het onderwijs werd toen gevolgd samen met geneeskundestudenten. Het idee hierachter was, dat het samen opleiden van artsen en onderzoekers zou bijdragen aan een goede samenwerking later. Aan het eind van het derde jaar begon men aan de afstudeerfase, welke bestond uit een hoofdvak- en een bijvak stage, gevolgd door een scriptie en een afstudeerpraatje.

Na de visitatie in 1999, waar de opleiding geneeskunde een zogenaamde ‘gele kaart’ kreeg, en het onderwijs drastisch moest veranderen werd het nieuwe curriculum, Cru’99, ingevoerd. Het onderwijs van Biomedische Wetenschappen en Geneeskunde is vanaf toen volledig gescheiden. De studenten van Biomedische Wetenschappen beginnen nu pas aan het begin van hun vierde jaar met hun stage. Verder was het in het Cru’99 mogelijk om vanaf blok 3 van het tweede jaar te Bèta-waaieren. Dit hield in dat je een blok mocht inwisselen voor een blok bij Biologie, Farmacie of Scheikunde. Daarnaast volgen studenten sinds de invoering van Cru’99 in een deel van het eerste en tweede jaar, naast de gewone blokken, het zogenaamde projectonderwijs. Dit is 1 dag in de week, waarbij je met een groepje van ongeveer 10 studenten werkt aan een bepaald onderwerp, waar je alles over uitzoekt. Aan het eind van het project wordt de opgedane kennis tijdens een symposium gepresenteerd aan de rest van de studenten.

In september 2002 is het Bachelor-Master systeem ingevoerd. De eerste drie jaar zijn nu de Bachelor Biomedische Wetenschappen, afgesloten met een Bachelordiploma. De laatste 2 jaar vormen de Master Biomedical Sciences, afgesloten met een Masterdiploma. Het propedeutisch- en doctoraal examen, en hiermee ook het propedeutisch en doctoraal diploma, zijn hierdoor komen te vervallen. De studenten die in het jaar 2001 zijn begonnen met hun studie hebben als laatste hun propedeuse kunnen halen.

In september 2005 is het nieuwe curriculum ingevoerd in de Bachelor. Het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht heeft namelijk besloten dat er meer mogelijkheden moeten komen voor het volgen van vakken bij andere faculteiten. De bedoeling is dat alle faculteiten overgaan op een jaarindeling met 4 blokken van 10 weken (15 ECTS). Deze blokken worden ingedeeld in vaste dagdelen, de zogenaamde ‘time-slots’. Zo werken alle opleidingen volgens het zelfde rooster en kunnen er dus makkelijk vakken uitgewisseld worden. Het onderwijs is inmiddels zo aangepast dat het ook in deze time-slots past.